Vrijwel iedereen heeft een beeld van het interieur van het Nederlandse woonhuis in de 17e eeuw.
Er is geen andere historische periode waarvan we zo goed menen te weten wat we zouden aantreffen bij het binnengaan van een willekeurige woning. Dat idee is in de eerste instantie gebaseerd op de vele schilderijen uit die tijd waarop personen zijn afgebeeld, heel direct en soms intiem geobserveerd, omringd door hun meubelen en gebruiksvoorwerpen. Dergelijke voorstellingen hebben vooral in de late 19e en ook in de 20e eeuw als inspiratiebron gediend voor de interieurs die toen in 17e eeuwse stijl zijn samengesteld. Sommige zaken zijn te mooi voorgesteld, de marmeren vloeren en koperen kaarsenkronen bijvoorbeeld kwamen in werkelijkheid minder vaak voor. De schilders beeldden ze graag af omdat ze er hun bijzondere vaardigheden in de weergave en perspectief, licht effecten en fraaie materialen mee konden demonstreren. Vooral daarop waren kenners en het koperspubliek gespitst.

Soms zijn interieurs overdreven sober weergegeven; zo is er weinig te zien van de overdaad aan Chinees- en Japans porselein en andere exotische kunstwerken die in veel weelderig ingerichte huizen kenmerkte. Vermoedelijk werd het aantal kleurrijke, onrustige details bewust beperkt gehouden om de aandacht niet te zeer van de personen af te leidenMaar uit boedelinventarissen, waarvan de inhoud van een huis vaak per kamer wordt beschreven, blijkt dat de meeste vertrekken juist nogal vol en rommelig waren. Bovendien worden er geregeld allerlei typen meubelen vermeld die slechts bij hoge uitzondering op een schilderij te zien zijn, zoals linnenpersen of luiermandkasten.

 

Het ging om het oproepen van een sfeer, het scheppen van een beeld en niet om het vastleggen van allerlei details ten behoeve van de kijker van toen.Wie binnen wil kijken in authentieke onveranderde kamers uit de zeventiende eeuw heeft één uniek middel tot zijn beschikking: de poppenhuizen die in de late zeventiende eeuw door enkele rijke Amsterdamse dames zijn samengesteld en goed zijn gedocumenteerd
Waren dames in allerlei aspecten van het interieur geïnteresseerd, toch was hun aandacht vaak geconcentreerd op de aankleding van de vertrekken met behulp van stoffen en luxueuze of juist praktische voorwerpen, en op de aspecten van gebruik en comfort.


Bij de bouw en vormgeving van het huis, zowel van buiten als van binnen, waren mannen vermoedelijk het nauwst betrokken. Veel 17e eeuwse Nederlandse meubelen, zoals kasten en balpoottafels hebben een architectonische, robuuste uitstraling, alsof hun vervaardiging nauw samenhing met de bouw van hun huis.. Ze werden door mannen ontworpen, en wanneer ze door een gehuwd paar werden gekocht, was het de echtgenoot, die ervoor betaalde. Geschreven en gedrukte bronnen die daarover iets meedelen, versterken de indruk dat het een mannenzaak betrof, maar in werkelijkheid zullen vrouwen hun stem vaak krachtig hebben laten gelden.