INTRODUCTIE MEUBELEN LAKPANELEN.

De grote groep met lakpanlen ingelegde meubelen is een van de meest kenmerkende uitingen
van het Nederlandse neo-classicisme.
Er zijn grote aantallen van dergelijke meubelen bewaard gebleven, waarbij het onwaarschijnlijk is, dat deze in een bepaalde stad of werkplaats zijn vervaardigd.
Het is wel mogelijk afzonderlijke groepen, op grond van steeds terugkerende bepaalde kenmerken, te onderscheiden.

Deze meubelen zijn steeds op Franse voorbeelden geinspireerd, maar dragen een onmiskenbaar Nederlands karakter.

Lichte fineren, verlevendigd met eenvoudige geometrische marqueterie, en de ranke proporties typeren deze meubelen.
Deze ontwikkeling van deze sierlijke en eenvoudige stijl heeft zich vooral onder Engelse invloed voltrokken.
Nederland werd aan het einde van de achttiende eeuw overspoeld met prenten afkomstig uit Engeland, en ook het Wedgwood aardewerk, en verguld bronzen voorwerpen van Matthew Boulton
uit Birmingham waren een rage.
Opmerkelijk daarentegen is dat uitgebreide marqueterie en opvallende beslagen uit de jaren 1770 nu tot het verleden behoren.

Op deze grote groep Nederlandse meubelen treft men meestal eenvoudig ( en in vergelijking tot de Franse vuurverguld bronzen beslagen,) goedkope , speciaal voor de export vervaardigde Engelse beslagen aan, die er min of meer Frans uitzien.

Er is een groot aantal Nederlandse meubelen in de Lodewijk Xvi stijl bekend, gefineerd met roze- of mahoniehout, waarvan de marqueterie versiering beperkt is gebleven tot enkele trofeën, veelal aan strikken opgehangen medaillons, geometrische lijsten en kleine motieven.
Het beslag is tot een minimum beperkt.

De elegante, met lichte houtsoorten gefineerde en met Japanse lakpanelen of imitaies daarvan ingelegde Nederlandse meubelen uit de late achttiende eeuw lijken een specialiteit van de stad den Haag te zijn geweest. De belangrijkste meubelmaker, Matthijs Horrix (1735-1798) vervaardigde vele meubelen met lakpanelen. In Haagse boedelbeschrijvingen en inventarissen en aankondigen van veilingen in deze periode, worden veel meubelen met lak genoemd.
Men krijgt de indruk dat de Franse stijl vanaf 1760 binnen het Haagse meubelmakersambacht een meer uitgesproken centrale positie bekleedde dan in Amsterdam het geval was.

Vormen, als zuilen opgevatte verkropte hoeken, komt vaak voor bij Nederlandse neo-classicistische meubelen, evenals ingelegde versieringsmotieven zoals aan strikken opgehangen draperieën en linten en omlijstingen in de vorm van met linten gebonden lauwerkransen.
Deze versieringen wordt dikwijls aangetroffen op de met lakpanelen versierde meubelen.

Een ander kenmerk is de eenvoudige blokvorm met afgeschuinde hoeken aan de voorzijde.
Versieringen met uit zwart en rood gelakte versierde veldjes, geblokte lijstjes van verschillende houtsoorten en hoekstukken met ‘spijkerkoppen’.

Een ander typisch Nederlands kenmerk is de gefineerde houten opstaande rand die bij de vele secretaires worden aangetroffen.

Van de verschillende types schrijfmeubelen, was de secretaire en armoire, of secretaire à abattant genoemd, met een in gesloten toestand verticale klep, het meest geliefd.
Nederlandse marqueterie secretaires in de Franse Lodewijk XV stijl manier zijn vrij zeldzaam; in de Lodewijk XVI periode komen deze meubelen veel voor.

Dit zijn allemaal ontwikkelingen die leiden naareen lichtere en eenvoudiger stijl, waar opzichtige vergulde beslagen nauwelijks meer een rol van betekenis spelen, en ook marmeren bladen minder algemeen werden en ingewikkelde marqueterie ook van het toneel verdwijnt.

Inj algemene zin geldt dat veel van de oorspronkelijke kleuren door door atmosferische invloed
veel van hun oospronkelijke contrastwerking heeft verloren.
In een enkel geval kan het fineer soms zijn afgeschuurd, een betreurenswaardige poging om de oorspronkelijke kleur weer terug te krijgen, waardoor juist het fijne graveerwerk die op de marqueterie is aangebracht,verloren gaat.

Lit. R. J. Baarsen.
Meubelen en zilver op de tentoonstelling ‘Edele Eenvoud ‘ Neo-Classicisme in Nederland, 1765-1800, Frans hals Museum Haarlem, 1989.

R.J. Baarsen in ‘Imitatie Inpiratie” Japanse invloed op Nederlandse kunst, van 1650 tot heden.
Rijksmuseum Amsterdam, 1991.

R.J. Baarsen, Aspecten van de nederlandse meubelkunst in de tweede helft van de achttiende eeuw.
Proefschrift ter verkrijging van de graad van Doctor aan de Rijksuniversiteit van Leiden,
1993