Geschiedenis van de Amsterdams-Dordtse antiquairs familie Stodel

een dynastie van antiquairs. 


 

1870

Dordrecht

In 1859 werd Jacob Stodel, geboren als oudste zoon van de koopman in onder andere antiquiteiten Benediktus Stodel ( 1833) en zijn vrouw Marianne Slap. ( 1838).
Rond 1870 vestigden zij zich in Dordrecht en woonden in het oude centrum aan de Wijngaardstraat  C 454.



Het assortiment waarin zij handelden moet vooral worden gezocht in ‘oud Hollands ‘antiek, zoals koper, tin, maar vooral Delfts aardewerk en Oosters porselein.

Dat zal in Dordrecht, de oudste stad van het gewest Holland, en omstreken in grote hoeveelheden te vinden zijn geweest.

Juist deze tijd kenmerkt zich voor een ( hernieuwde) belangstelling voor antiquiteiten. Ook in Engeland en Frankrijk was dat het geval, maar ging ook niet aan Duitsland voorbij; de periode vanaf 1870 wordt daar der Gründerjahre genoemd.

Veel van de bekende grote musea vinden hun oorsprong in die tijd.

Vast staat dat de Stodel’s veel op reis gingen, op zoek naar handelswaar.


 

1894

Jacob trouwde in Assen met Jette de Löwe, afkomstig van Norden (D) 

 (De tweeling zuster van Jette, Hannie de Löwe,die trouwde met de uit Assen afkomstige antiquair Aaron Salomon Hiegentlich. Hun zaak was vanaf 1893 gevestigd op het adres Spiegelgracht 7, twee panden bij het huidige adres van de firma Salomon Stodel vandaan.) 

Jette de Löwe’s familie deden ook in ‘antiek’ en dreven in de zomermaanden een ‘Sommergeschäft”op het destijds chique Waddeneiland Norderney, waar onder andere Salomon Stodel werd geboren.



Hecht antiquairs echtpaar Stodel-de Löwe vestigden zich in 1898 te Amsterdam op het adres Zanddwarsstraat 9, aan de voet van de Zuiderkerk


Zij kregen zes kinderen; Maria (1888) die in  trouwde met de uit Elburg afkomstige antiquair Aäron Vecht, 
vervolgens, Suzanna (1889), Salomon, in 1891 en Boedie werd genoemd ( koosnaam; de eerste jongen in het joodse gezin werd door zijn Duitse moeder Bubbie genoemd), toen volgde Clara (1893) daarna Johanna  ( 1894), en tenslotte het laatste kind, de tweede jongen in dat gezin, Bernhard ( 1897) geboren te Winschoten.
Johanna ( Hanna) die in 1925 in het huwelijk trad met de antiquair David Sandor, afkomstig uit Boedapest, emigreerden naar Engeland en vervolgens naar Amerika.

Salomon Stodel, en zijn jongste broer Bernhard, zouden evenals hun vader Jacob, antiquair worden en kwamen in de jaren ’20 van de vorige eeuw in het bedrijf van hun vader Jacob Stodel.



De zaak van Jacob Stodel heette van 1910 tot 1919 A. Vecht & Co., maar het eerder aangegane compagnonschap met zijn schoonzoon Vecht, werd beëindigd;  Aäron Vecht wenste niet samen met zijn twee zwagers in de zaak gevestigd Nieuwe Hoogstraat 15 samen te werken en vestigde zich als onafhankelijk antiquair. Hoewel Jacob bij de zaak betrokken blijft, trok hij zich in 1921 terug. In dat jaar werd de zaak ingeschreven in het Handelsregister van Amsterdam als Vennootschap onder Firma Jacob Stodel, met Salomon en Bernhard als firmanten. 

1945

Amsterdam 

De families Stodel en Vecht brachten hun zaken tot grote bloei.

Zij waren internationaal georiënteerd. Zo is bekend dat Salomon Stodel een tijd lang in Wenen bij het aloude veilingbedrijf Kurt Glückselig verbleef om zich verder in het vak te bekwamen, terwijl de jongste broer Bernhard Stodel in de jaren ’20 van de vorige eeuw
de porseleinzaak van de familie Lissauer in Berlijn betrok om daar ‘booming business’ te gaan doen.  De Lissauer’s vertrokken naar Londen om daar vooral in Meissen porselein te gaan handelen. 
In 1929 werd voor maar liefst 6000 gulden een winkelruimte gehuurd aan het Rokin nummer 128.
De zaken floreerden zo, dat het Berlijnse filiaal in 1931 moest worden gesloten. Alle zeilen moesten worden bijgezet.



Salomon Stodel trouwde in 1925 met Elisabeth Morpurgo, dochter van de Amsterdamse antiquair Raphaël Morpurgo. Het echtpaar Stodel-Morpurgo kregen op 11 oktober 1927 een zoon, die zijn de naam van Salomon’s vader Jacob (jr) kreeg, terwijl in 1931 een dochter werd geboren, die zijn vernoemden naar de moeder van Elisabeth, Selly.

Tijdens de oorlogsjaren werd het bedrijf ‘geariseerd ‘ Salomon Stodel en zijn gezin konden onderduiken, eerst in Breda, en vervolgens naar Brussel. In het najaar van 1944 was Brussel al bevrijd, terwijl in Nederland de zware hongerwinter van 1944 nog zou komen.

Tot 1947 woonde Salomon Stodel met zijn gezin op het adres Avenue Louise 377. Met name Elisabeth Stodel – Morpurgo, wilde niet meer terug naar Nederland. Zij leefden in die jaren in Brussel in betrekkelijk goede welstand en bouwden opnieuw een antiekhandel op.

Bernhard Stodel echter liet zich op 3 juli 1945 weer in Amsterdam inschrijven. In het voorjaar van 1941 werd het huwelijk tussen Bernhard en zijn vrouw Annie Verhulst die niet joods was, ontbonden. Na omzwervingen bereikte Bernhard uiteindelijk ook Brussel, waar zijn boer en zijn gezin al eerder heen waren gevlucht.

Bernhard zorgde ervoor om het grote pand Rokin 70 waar zij op 3 mei 1935 de zaak vestigden, weer te kunnen betrekken. Goederen waren praktisch niet meer aanwezig, zelfs vloerkleden, traplopers, gordijnen, schrijfmachine en telefoontoestel ontbraken.

 

1949

Oude Kunst- en Antiekbeurs

De familie Stodel zaten niet bij de pakken neer, maar er werd hard gewerkt om weer opnieuw de zaak, die voor de oorlog al een internationale reputatie had, op te bouwen. Zij heropenden de zaak weer onder de oude naam Jacob Stodel.
Salomon Stodel kwam gedurende de week over vanuit Brussel om zijn broer bij te staan, zijn vrouw Elisabeth, en de kinderen Jacob en Selly gingen in Brussel naar school.

In de zomer van 1947 ontstond ten huize van het artsenechtpaar Ressing aan de Oude Delft, met onder andere de in 1906 in Brussel geboren Jean Gondrexon het idee om te komen tot het initiëren van een Oude Kunst- en Antiekbeurs, welke in 1949 voor de eerste maal zou worden gehouden in het illustere Prinsenhof in Delft. Dit blijkt een gouden greep te ziju. Alleen de befaamde Grosvenor House Antiques Fair in Londen was ouder, deze is ontstaan in de jaren voor de oorlog.

 

De voorwerpen die de firma in de catalogus van de jaarlijkse Delftse beurs liet afbeelden, geven blijk van de kwaliteit en variatie van het assortiment van de Firma Stodel.
Als bekroning op het werk kon door de Firma tijdens de 4e beurs in 1952 de fel begeerde Kapittelzaal, de meest indrukwekkende en grootste toonzaal in het Prinsenhof, betrekken.
Er is een illustratie in een tijdschrift bewaard gebleven, waarin een keur van het veelzijdige aanbod van de Firma te zien is.

Hoe betreurenswaardig is het dat de beide Stodel’sin onmin raakten, en in 1957 de zaak gingen splitsen en beiden de zaak maar dan onder eigen naam, voort zouden zetten, in het zelfde gebouw op het Rokin. Salomon Stodel, de oudste broer, kreeg de beschikking over de begane grond en de tweede verdieping, terwijl Bernhard, de jongste, verder ging op de eerste en derde verdieping.

Salomon Stodel, zou tot 1960 deelnemen aan de beurs en bleef tot het jaar van zijn overlijden in 1971 afwezig in Delft. Bernhard Stodel zou onafgebroken van 1949 tot 1977 op “Delft ‘ elk jaar met een prachtige stand vertegenwoordigd zijn.


Na het overlijden van Salomon Stodel in 1971 zou Jacob Stodel ( 1927-2007) samen met zijn zuster, Selly ( mevrouw S. Lilian née Stodel) voortzetten; de vierde generatie.!
Ook werd besloten om weer deel te gaan namen aan de beurs in Delft.


 

Engeland

Eind jaren ’30 van de vorige eeuw, besloten de Stodel’s een’office ‘ te openen in Londen.
Daar was al familie heen getrokken en dreven daar bloeiende zaken.
De twee broers van Elisabeth, Sam, en Mau Morpurgo, deden daar goede zaken en ook leden van de bekende Antiquairs familie Staal, aan moederszijde verwant aan de Morpurgo’s , waren een van de eerste Nederlandse familie’s die naar Londen zijn vertrokken om daar handel te drijven.
Morpurgo’s zaak was gevestigd aan de Wigmore Street, in de directe nabijheid van de Wallace Collection.Jarenlang behartigde een van de twee broers de zakelijke belangen en buitenlandse inkoop van de Firma A. C. Beeling & Zoon, aan de Nieuwstad 91 te Leeuwarden.

Jacob Stodel, die met zijn zuster en ouders in 1947 terugkeerden naar Amsterdam zou aan de Universiteit aan de Oude Manhuispoort studeren, maar kwam tijdens pauzes en vrije uren veel naar de zaak op het Rokin van zijn vader en zijn oom.
Het bloed kruipt waar het niet kan gaan.
Tijdens de afwezigheid van zijn vader, kreeg Jacob de kans om tijdens zo’n vrij uur, een goede zaak te doen, en vanaf dat moment besloot hij , tot groot verdriet van zijn moeder, die zich een glansrijke academische loopbaan van haar zoon, had voorgesteld, de studie eraan te geven, en zich te zullen gaan bekwamen als antiquair.

Tevens dreigde hij opgeroepen te worden om de dienstplicht te vervullen in voormalig Nederlands Indië. Door uitgezonden te worden door zijn vader en oom, om de zaak ook op internationaal niveau uit te breiden, kon hij ontheven worden aan de militaire dienstplicht.
De Firma had immers in 1939 een handelslicentie gekregen om zaken te doen vanuit het ‘office’ gevestigd op het adres 2 Ryder Street ( St. James’s )aan de zijkant van Christie’s waar zij op de derde verdieping een appartement huurden en met een selectie uit de handelsvoorraad konden inrichten.

1954 Knightsbridge

 

1971

“ Meissen &  Science  “ 

In 1954 werd een winkelruimte overgenomen, van aangetrouwde familie Sandor die met Johanna Stodel was getrouwd, op het adres: 144 Brompton Road S.W. 3 ( Knightsbridge ).
In 1955 zou Jacob in het huwelijk treden met de oorspronkelijk uit Scheveningen afkomstige Jenny Weijl, die in die tijd ook in Londen werkzaam was. Zij kregen een dochter, Louisette Elisabeth genaamd, vernoemd naar haar beide grootmoeders.
Jacob werd aanvankelijk uitgezonden door zijn vader en zijn oom, maar zag kans na de troebelen die in Amsterdam parten speelden, zich onafhankelijk te maken en er werd uitgezien naar een groter pand, 172 Brompton Road, S.W.3 met in de directe nabijheid een ruim magazijn voor opslag gevestigd aan Cheval Place, niet ver van het bekende veilinghuis Bonham’s Montpelier Street.

Een tijd van grote bloei brak aan, en de gelegenheid deed zich voor een compagnonschap aan te gaan met Anthony Embden, wiens moeder, vroeg weduwe geworden,en gespecialiseerd was in de handel in oud porselein in Beauchamp Place. Eveneens in Knighsbridge.
Tony ontwikkelde zich als groot kenner van Renaissance bronzen en objets d’art , Majolica en ook onder andere van Duits porselein, met name Meissen.

In 1971 werd in de zaak aan de Brompton Road een prachtige tentoonstelling georganiseerd “ Meissen & Science “
De ( gestencilde) catalogus, met een kleine katern in kleurendruk, die thans onvindbaar is, gepubliceerd en bevat maar liefst 246 nummers. Slechts één meubel mocht tijdens de Meissen tentoonstelling blijven staan, namelijk de door David Roentgen vervaardigde secretaire die vervaardigd is voor Charles de Lorraine (1712-1780)
Gouverneur-Generaal van de Zuidelijke Nederlandsen en in Brussel een prachtlievend Hof voerde.
Jacob Stodel en Anthony Embden, stuurden dit hoogst belangwekkende meubel in 1970 naar Amsterdam naar de C.I.N.O.A Tentoonstelling. “ Kunsthandelaar en verzamelaar. “ in het nieuw opgerichte Amsterdams Historisch Museum, met Simon Levie als directeur.

Anthony Embden, getrouwd met een francaise, besloot echter om zich in Parijs te gaan vestigen. Tot op heden bevindt zich daar zijn zaak op het adres 15 Quai Voltaire.

Ook Jacob en zijn vrouw Jenny, dachten er eveneens over om zich in Frankrijk te gaan vestigen, gedurende de zomermaanden verbleven zij veelal in Cannes, waar zij een appartement bewoonden.
Op enig moment werd de zaak aan de Brompton Road gesloten, de lease liep af, en er werd enkele jaren uitsluitend vanuit het magazijn Cheval Place gehandeld, om tenslotte in 1981 te gaan verhuizen naar 116 Kensington Churchstreet, waar thans Luis Alegria gespecialiseerd in Chinees Export porselein is gevestigd.
Na het overlijden in 2007 van Jacob, is er een einde gekomen aan de handelsactiviteiten van Stodel vanuit Engeland.

 

1978

Nieuwe Ontwikkelingen.

De jaarlijkse, door de Vereniging van handelaren in Oude Kunst in Nederland, georganiseerde Oude Kunst- en Antiekbeurs in Delft zou lang de meest toonaangevende beurs in Nederland blijven, slechts gevolgd door de voorjaarsbeurs in Breda, die in de jaren 60 ontstond en eveneens een periode van grote bloei heeft gekend.

In 1975 kwamen enkele vooraanstaande schilderijenhandelaren bijeen om in Maastricht een twee jaarlijks te houden beurs te organiseren in de aan de Maas gelegen Eurohal.
Dit sloeg aan bij het publiek, met name afkomstig uit de Euregio.
Een beurs uitsluitend bedoeld om schilderijen, tekeningen en eventueel sculpturen te tonen.

In 1977 wilden de organisatie van de Eurohal echter ook een dergelijk evenement plaats vinden maar dan voor antiquairs, maar die beurs flopte.
Men ging zich vervolgens daarop grondig informeren hoe een kwaliteitsbeurs, zoals Pictura geworden is, voor antiquairs van de grond te krijgen, en de vooral in Engeland actief zijnde jacob Stodel werd gevraag om in 1978 voorzitter te worden van een nieuwe beurs die “Antiqua “ werd genoemd. Daarmee kwamen de goede en uitgebreide internationale contacten goed van pas. Dit was nodig om dit initiatief te doen laten slagen.

Zelfs de grote Franse Firma’s van naam een faam, die zo leden onder het ingewikkelde Franse systeem van exportvergunningen en andere protocollen, die het zakendoen in het buitenland bemoeilijkten, deden mee. Deelnemer uit Parijs vanaf het eerste moment van Jacques Kugel, maar ook Didier Aaron, Kraemer & Cie, Michel Meyer, Jacques Perrin, Maurice Segoura en Bernard Steinitz deelden een gezamenlijke stand.
Drijvende krachten voor zowel wat betreft de organisatie, als het bewaken van het kwaliteitsniveau en niet te vergeten van het concept, waren behalve Jacob Stodel, Jan en Josephine Dirven en Clemens en Neeltje Van der Ven.

Hét devies van deze kleine groep Nederlandse Antiquairs, die over de grens keken was: Een beurs georganiseerd vóór en dóór antiquairs. Het bleek een goede formule, zo is destijds direct na de oorlog ook de Delftse antiekbeurs ontstaan.

Op enig moment liep de spanning op tussen de antiquairs als organiserende partij, en die van de organisatie van de Eurohal, dus van het beursgebouwencomplex aan de Maas.
In 1982 werd niet meer door de antiquairs gebruikgemaakt van de Eurohal, zelfs de naam Antiqua werd verwisseld voor Antiquairs international, die voortaan gingen exposeren in de Geulhal in Valkenburg.

 

1985

37e Delftse Antiekbeurs

Pictura bleef trouw aan Maastricht en aan de Eurohal.
In 1985 leidde de samensprekingen tussen beide beurzen tot het weer terugkeren naar de Eurohal met een jaarlijks gezamenlijk beursmoment in de Eurohal. Er moesten nieuwe rechtsvormen en dergelijke worden gevonden en dit heeft geresulteerd in TEFAF, The European Fine Art Fair.

Inmiddels was een en ander de stad Maastricht ook niet ontgaan. Er kwam een groot en nieuw expositiegebouw, genaamd MECC, waar vanaf 1987 de grote meest internationale kunstbeurs haar deuren opende voor een groot geïnteresseerd publiek. Voor velen een jaarlijks hoogtepunt waarna wordt uitgekeken.

Op enig moment kwam het bestuur van de Vereeniging van Handelaren in Oude Kunst in Nederland op het idee om in de Nieuwe kerk in Amsterdam, een ( vermeende !) Jubileum-Manifestatie ( een beurs wilde men het niet nomen) te organiseren.
Dit ter gelegenheid van het 70-jarige bestaan van de VHOK die, nota bene, in 1911 ! werd opgericht. Vele leden van die Vereniging namen deel aan “Oude Kunst in de Nieuwe kerk “ maar wat was bedoeld als eenmalige ( jubileum) presentatie, zou door het bestuur jaarlijk worden gecontinueerd. Gevolg van twee beurzen gehouden in de Randstad, was het teruglopende bezoek aan de jaarlijkse Delftse beurs en inherent daaraan, de dalende omzet.

Tijdens de 37e Delftse Antiekbeurs in 1985, barstte de bom, en besloten zes deelnemers, in alfabetische volgorde te noemen, Kunsthandel Gebroeders Douwes, Jan Dirven, Robert Noortman, Salomon Stodel Antiquités, VanderVen & VanderVen, en Kunstzalen A. Vecht, Delft te laten voor wat het was. Een oud gebouw, hoe charmant ook, maar met zeer beperkte facilitaire ruimtes, parkeerproblemen, niet toegankelijk voor mensen in een rolstoel, geen mogelijkheid om op de stand te kunnen telefoneren. Plotseling werd duidelijk dat de Delftse beurs een gedateerd geheel was geworden, en dat het rap tijd werd om de bakens te verzetten.

 

2014

Spiegelgracht nummer 11

Om een royement en zelfs mogelijk juridische consequenties te voorkomen besloten de zes dissidenten, zoals deze antiquairs en de twee schilderijenhandelaren werden genoemd, werd bedankt voor het lidmaatschap van de Vereniging van handelaren in Oude Kunst in Nederland. Stodel was lid vanaf het moment van oprichting in 1911.
Pas in 1998 vond het VHOK bestuur het nodig om de zes dissidenten, die zich in die periode zich niet onbetuigd hadden gelaten, weer in het ledenregister op te nemen.
In de jaren rond 1990 integreerden de deelnemers van de Delftse antiekbeurs met Pan. Met uitzondering van 2012, heeft Salomon Stodel vanaf het begin deelgenomen aan de Nationale beurs. De deelname van de firma aan Maastricht is vanaf 1978 on onderbroken geweest. Beide beurzen zijn momenteel de enige waaraan de firma deelneemt.

In 2014 is besloten afscheid te nemen van het Rokin, waar de firma bijna meer dan 90 jaar haar hoofdvestiging heeft gehad. De oude binnenstad en de infrastructuur leed erg onder de bouw van de Noord-Zuidlijn. De bedrijfsvoering leed dermate aan dit jarenlange bouwproces, dat in 2014 is besloten na meer dan 90 jaar, afscheid te nemen van het Rokin, en een kleinere, meer toegankelijke zaak te betrekken aan de Spiegelgracht nummer 11 op een steenworp afstand van het Rijksmuseum. De tijden zijn veranderd, even als de interesse en de smaak van het koperspubliek.

Vast staat de kwaliteit van het veelzijdige aanbod. De zaak is regelmatig geopend, maar een afspraak is aan te bevelen.